Zelfreflectie
Er was een periode in mijn leven dat ik mijn dag afmat in to-do lijstjes en afgehakte taken. Elke avond keek ik naar wat ik gedaan had — hoeveel ik geproduceerd had — en dat bepaalde of het een goede dag was geweest of niet.
Op papier zag mijn leven er goed uit. Ik was bezig, altijd. Maar ergens diep van binnen voelde ik me leeg. Alsof ik constant rende zonder te weten waarnaartoe.
Het klikte op een gewone dinsdag. Ik had die dag alles afgewerkt wat op mijn lijst stond. Ik zat op mijn kamer, lijst afgevinkt, en voelde... niets. Geen voldoening, geen rust. Alleen de vraag: en nu?
Dat was het moment dat ik besefte dat ik het spel aan het spelen was zonder ooit te vragen waarom ik speelde. Ik was zo druk met doen, dat ik vergeten was te zijn.
Ik stopte met mijn dag meten in taken. In plaats daarvan begon ik mezelf elke ochtend één vraag te stellen: wat heeft vandaag betekenis voor mij? Soms is dat antwoord een gesprek, een wandeling, of gewoon stilzitten met een kop koffie zonder telefoon.
Productief zijn is niet slecht. Maar als het je identiteit wordt, als je jezelf alleen waardevol vindt als je iets hebt gepresteerd — dan is er iets fundamenteel mis gegaan.
Dit is geen oproep om lui te zijn of doelen los te laten. Het is een oproep om te stoppen met leven alsof je een machine bent. Je bent een mens. En mensen hebben rust nodig, verbinding, plezier — dingen die niet op een to-do lijst passen.
Ik schrijf dit niet als iemand die het volledig heeft opgelost. Ik schrijf dit als iemand die elke dag opnieuw leert om aanwezig te zijn. En dat, denk ik, is genoeg.